Vetsmoto=slechts motorrijden tussen 2 terrasjes door Voor niet-Brusselranders: gas geven en tafelen Vetsmoto
 

Verslag

Schotland 2009


 

Deel 1 (heel misschien volgt ooit deel II)

 

De Vetsmotards vertrokken voor hun jaarlijkse trip dit jaar alweer net op de sluitingsdag van hun hoofdkwartier.
Toch had Jeanine opnieuw haar echte inborst getoond, figuurlijk wel te verstaan, en ze bood de motorbende een sterk ontbijt aan. Rond 08u30 streken de eersten neer. Enkele motoren waren getooid met de o zo typisch Schotse vlag.

Tja,  dit jaar vertrok de gemotoriseerde maten naar het hoge noorden van Schotland. De legendarische Highlands. Het land van de Picten. Het land van de ‘Scotti’. De bewoners van dit ruige maar uizonderlijk mooi landsgedeelte van het ‘United Kingdom’ sprak de mannen uit het Vlaams Brabant toch wel zeer aan.

Maar wie zijn die bewoners van dat legendarisch gebied nu eigenlijk?
Zowat 50 v.Chr. stopte de massale Keltische immigratie naar Schotland. Zeer waarschijnlijk waren het Ieren, Nederlanders, Duitsers, Fransen en misschien zelfs Belgen. Ook de Vikings meerden er regelmatig aan maar dat was dan wel met wat minder elegante bedoelingen.
De Romeinen, waarmee ze ook op regelmatig een robbertje uitvochten, noemden hen de ‘Picti’ vanwege hun blauwe tatoeage en gezichtsbeschilderingen
Verder is er weining bekend over de ‘Picti’ en hun taal. Sommige taalkundigen beweren zelfs dat de taal Pre-Keltisch is en verwant kan zijn aan het Baskisch. Er is echter zeer weinig informatie beschikbaar om een waterdichte classificatie te garanderen.
Het volk verdween, samen met cultuur en taal, onverklaarbaar zo’n 12 eeuwen geleden.
Wel is het toch waard om dit te vermelden. Toen Columba van Ilona in de 6 e eeuw de Picti kwam kerstenen had hij een tolk nodig om met hen te praten. De Picti hadden enkel ogham-inscripties op stenen en die lijken wel sterk op Keltische woorden. Bijvoorbeeld: één Ogham-inscriptie zoals ‘Meq’. Wat in het Keltisch ‘Zoon’ zou kunnen betekenen en later dan ‘Mac’ werd in het Schots. .... en gebruikt men in de Franse taal ook niet de uitspraak‘Un Mec’ om een potige kerel te omschrijven. Vandaar.. toch goed om weten.
De ‘Picti’ vochten tijdens het begin van de jaartelling heel wat veldslagen uit met Vikings, Romeinen en ander tuig. En als er niemand was om mee te vechten vochten ze maar onder elkaar. En geen nood, de ‘Scotti’ zetten deze traditie wel later verder.
En hoewel de Schotse regering Schotland wel een land noemt is het dat niet in de strikte betekenis van een onafhankelijke staat, maar wel in een wat ruimere betekenis van  ‘ Begrensd gebied met een politieke identiteit’. Klinkt dat niet vertrouwelijk in de oren?
De Schotten zijn in hun strijd dus eigenlijk een beetje Vlaming maar hebben die cyclus en het bijhorend  gedonder van hun BHV, de rand, autonomie en faciliteiten allang achter de rug.

Ha, zo’n ruig brokje geschiedenis, de ruwe Highlands, een streek met een populatie zonder villawijkprincipes. Ja,  dat boeide de mannen uit het Pajotteland wel en rond den tienen slingerden de motoren de A12 op richting Amsterdam.

Met z’n veertienen waren ze dit jaar. Dertien motoren en natuurlijk was ‘The Old Faithful’ genaamd ‘De Smalle’ er weer bij als duozitter. Voor de zevende keer al op rij reed Silver Shadow met dit Brabants karkas achterop zijn BMW de Belgische grens over en nog steeds heeft hij een feilloos vertrouwen in zijn ‘Obodenus rosmanus’.

Deze rit was ook voor nieuwkomer Rikkie (hij kreeg achteraf de nickname Mac Oil) de eerste overzeese motortrip. Rikkie is het kleine broertje van L’Africain. De bende had al op voorhand plannen gesmeed om hem, als nieuwkomer, dit jaar ergens in het woeste Schotland boven de doopvont te houden.
De motorcade was dit jaar opnieuw indrukkwekkend. De Schotse vlaggen wapperden aan de motoren en bovendien was het stralend weer!
Dankzij de ingeplande veiligheidsmarge, qua tijd, kon de horde even het centrum Amsterdam binnenrijden. In dit voormalig moerasgebied werd halt gehouden worden op het Rembrandtplein. Juul en Spapie wilden er hun voorvader, die al ruim 157 jaar op de sokkel staat, even begroeten. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. De rest van de bende was in feite niet echt geinteresseerd in Van Rijn en vleiden zich snel comfortabel neer op een schaduwrijk terrasje dat een groep abelen bood. “Quatorze barons s.v.p”: riepen ze de kelnerin toe, alleen al om ze een beetje te jennen. Tot grote verbazing sprak deze jonge dame zelfs geen Nederlands en moest de bestelling in het Engels overgedaan worden.

“Forrrtiieen barons” riep de Witte in het Engels terwijl hij met de handpalmen naar elkaar op horizontale wijze zo’n  pakweg 30 cm aangaf. “Big beers, bitte”. Ja, deze lichaamstaal had de Oostblok-serveerster wel begrepen en al snel nipten de uitgedroogde motorrijders aan het blond schuimend bier. Na een eerste gulzige teug likten ze begerend even de lippen, knikten instemmend naar elkaar en brachten met gekruiste vingers de armen op het achterhoofd. “Zaaalig !”.

 James stond op en wandelde plots richting koffieshops die de buurt domineerden. Hij is een gezellige vijftiger die het begrip ‘Stress’ definitief uit zijn persoonlijk woordenboek heeft gehaald. Hij inspecteerde er de uitstalramen terwijl de rest hem van in het donkere schaduwgedeelte argwanend observeerde.”Wat krijgt die nu plots” dachten ze bij zichzelf. Dan kwam hij op zijn stappen terug en vroeg: “Wat moeten jullie hebben?”: zei James. “... Euh... wadde...?”: stamelden de mannen met gefronste wenkbrauwen. “Nemen we allemaal hetzelfde?”: sprak James. De venten keken elkaar verrast aan en James vervolgde: “Het is gemakkelijker als we allemaal hetzelfde nemen, ik stel om veertien simpele broodjes met ham en kaas te nemen”.

Tussen al die rijen koffieshops door hadden de mannen de broodjeszaak niet opgemerkt. Foei, zo’n slechte gedachten over een makker. We hadden beter moeten weten, James heeft helemaal geen koffie nodig om gezelligheid uit te stralen. Die ouwe grijze gabber toch.

Maar goed, snel de sandwich naar binnen vijzen en dan moeten we verder. Inschepen in Ijmuiden rond 17u00. Dus komaan, zei Silver Shadow.

Al snel arriveerden de motards in de haven van Ijmuiden en zagen er het witte majesteuze schip ‘The King of Scandinavia’ aangemeerd liggen.

De voorboeg stond wijd open langswaar het pak motoren verdween in de buik van het indrukwekkende vaartuig. Het was er broeiend heet en ondraaglijk druk. Tijdens dit drukke O.L.H. Hemelvaart-weekend had de overzetmaatschappij letterlijk ieder plaastje verhuurd. De ‘te’ smalle passerelle, met ongeveer een breedte van twee meter , waarop de motoren moesten geplaatst worden werden dubbel verkocht wat concreet betekende dat één motorplaats nu ingenomen werd door twee motoren. Schandalig was het. Nadat alle motorrijders hun stalen ros er hadden geparkeerd konden ze, gepakt en gezakt met de bagage in de hand, op de schouder en op het hoofd helemaal niet tussen de motoren door naar de uitgangsdeur. Het was wringen,  draaien en persen. Weliswaar sneuvelden er ook heel wat spiegels er werden toch wel wat krassen veroorzaakt. Een regelrechte en eigenlijk onaanvaardbare chaos was het daar.

Eens de troep eindelijk na lang zoeken was aangekomen aan de verblijfshutten stond iedereen roodgloeiend en kletsnat elkaar aan te kijken. “Dat kan toch niet” zeiden ze  met een neerhangend hoofd en rode ogen.

Gelukkig was er op het bovenste dek een open-lucht-bar en konden de kerels daar, na wat opfrissing, een dik verdiende pint stevig omarmen. Het was een zodanig geimproviseerd cafeetje daar op het bovenste dek. In het midden van het achterdek was een grote gele cirkel geverfd en het was duidelijk dat dit een plek was waar in geval van nood de helikopter zou landen. Bruno Valentino probeerde echter de mannen te overtuigen dat die gemarkeerde gele stip de in feite de dansvloer was.

De kerels waren nu toe aan een behoorlijke maaltijd en trokken naar de zevende verdieping van het schip. Het scheepsrestaurant  bood een uitgebreid buffet en het was effe kiezen wat eerst tussen de tanden zou verdwijnen. Alles was er haast perfect ware het niet dat Easy Rider zich had voorzien van een kom warme groentesoep maar er geen lepels meer beschikbaar waren. Easy Rider stapte prompt naar de Filipijnse ober toe en zei: “Hello sir,... euh,  me not have a..... do you have nen kwiejeiros ( lees cuilleros) for me please?”. De andere proestten het uit maar vreemd, heel vreemd, de kleine bruine ober kwam te voorschijn en gaf Easy Rider weliswaar een lepel en sprak “Please sir, this is for you”. “Gemakkelijk hé, als ge uw talen een beetje kent” pochte Easy Rider. Hij roerde zelfzeker met zijn kwiejeiros in de soep, blies er wat golven in zei dat het lekker was.

Na een stevig avondmaal zou iedereen snel de kajuit ingaan want er stond een vrij zware zevendaagse op het programma. Ja, inderdaad, voor het eerst liet de Pajottse kliek België, levenspartner en kroost onbewaakt achter. “Mannen, die zeven dagen mogen we nooit meer uit handen geven” zei één van, “Dit pakken ze ons niet meer af, tedjuu!”. De rest tuitte traditioneel de lippen en knikte instemmend. Dus kan de redactie met absolute en wiskundige zekerheid stellen dat voor de gozers van de Vetsmotards één  kalenderjaar vanaf nu nu nog 358 dagen telt. Ieder jaar zullen ze zeven dagen lang rondtrekken en alle politieke, commerciële, professionele en familiale verantwoordelijkheden van de hand doen. Al de vrouwen van deze venten zijn best geharde en zelfstandige dames die vast en zeker hun plan kunnen trekken zonder hen, alvast voor zeven dagen (ironische knipoog van de redactie).

In de benepen slaapkooi nummer 252 was het voor Bruno, Bruce, White Bison en James bloedheet. De airco marcheerde er helemaal omgekeerd en blies weliswaar warme lucht de kajuit in. “ie sloepekik nie, zenne” zei James “Dazie veul te werm !” en hij zocht een andere kajuit met vrijstaand bed en frisse airco. De rest woelde een ganse nacht door en vervloekte de defecte airco. Toen L’ African de volgende morgen de kleine deur van de warme scheepshut 252 opentrok om er spontaan zijn makkers te begroeten blies hij “Allei jong, da’s hier nen oven”. Hij inspecteerde de ingewikkelde aircocontrole en stelde vast dat Bruno Valentino de avond ervoor de airco verkeerdelijk op ‘Hot air’ had ingesteld. Bruce en White Bison stuurden een paar koleirige blikken naar hun maat en trokken onbegrijpelijk nee-knikkend onder de koude douche. Bruno zat recht op in  bed en leunde tegen de loefzijde van het schip, hij trok lichtjes zijn schouders op, grinnikte met een licht verontschuldigende glimlach en frotte met een afgedragen onderbroek het druppelzweet van zijn voorhoofd.

Twee jaar eerder waren Silver Shadow en White Bison in de Highlands al op verkenning geweest en konden ze zo hun gemotoriseerde compagnons op de meest aangename manier laten kennis maken met dat berucht en beroemd gedeelte van Alba (Engels-Gaelisch voor Schotland).

Eens de DFDS-ferry was aangemeerd in Newcastle reden de motards langsheen de kustlijn naar Edingburgh om dan via de Uplands zich plots te laten overrompelen door de begoocheling van het gerenommeerde landschap van de Highlands.
De positieve onsteltenis dat dit uitzicht teweeg brengt is heilzaan voor ‘Soul and mind’. Het ultieme vergezicht dat men er onverhoeds ervaart is een geestelijke verrijking. De rit van Newcastle tot hier aan dit bord was gekruid met hevige regenbuien maar dat woog helemaal niet op tegen de intense beleving, de hartelijke en betrouwbare ontvangst ‘Fàilte don Ghaidhealtachd’.

Na wat geklik van fototoestellen kraamden de Vetsmotards op en reden ze noord-west opnieuw door de wind, door de regen naar Inchree toe om daar de Corran-ferry te nemen.
Als alle motoren veilig op de ferry stonden werd het even stil. Aan de overkant van het meer zag men er ‘The Inn’ liggen. Deze ‘Inn’ zou zowat de uitvalbasis, het hoofdkwartier van de groep zijn gedurende het verblijf hier in de Highlands.

Neen, dit kan niet zijn. Enkele motorrijders kletsten zich vrij hard tegen de kaak. Het uitzicht vanop de ferry naar de overkant kwam recht uit een sprookjesboek, een prentkaart. Zijn we hier in een set up van ‘Lord of The Rings’?
Neen... dit moet een illusie zijn. Dat flitste er door de gedachte van velen. De verschijningsvorm van dit oord tart iedere zin voor realiteit en plots beseft men dat bij het overschrijden van deze geografische grens men opeens zijn werkelijk bestaan heeft achtergalaten. Stappen we nu in of uit een tijdscapsule ?

De vuurtoren, .. en zie..waarachtig een regenboog zo nabij dat men die haast met een uitreikende arm kan beroeren,  de kleurschakeringen, het vlakke water, de stilte, het hotel met achter zich de legendarische Highlands. Moooooiiii.........mooii........mo.
Haast windloos, een rode gloed, toch wat nevel en een paar schapenwolken scherp afgetekend op een azuurblauwe hemel. Motard-fotograaf ‘The Beast’ haalde snel zijn zware Canon met 135 mm-lens boven en legde deze unieke cocktail als sensationeel geschenk  van moeder natuur digitaal voor altijd vast.

De kamers werden ingedeeld volgens pikorde en volgens de gangbare regels binnen de kliek. Na een snelle en opwarmende douche werd in de bar van The Inn een eerste Ierse Guinness soldaat gemaakt.
Dit zwarte bier, als men het echter in het juiste licht houdt zal men zien dat het eigenlijk ruby red is, is voor de motards de officieuse inwijding in dit noordellijk deel van Schotland.
‘Kloooing’, daar werden de glazen tegen elkaar gekwakt... Een vast jaarlijks ritueel waarbij  ieder bendelid toen onderling begrijpend even de ogen sloot, de lippen tuitte en bevestigend even met het hoofd knikte. De deal was rond!

“Dinner has been served” hoorden ze dan.

 

... WORDT (OOIT...?) VERVOLGT !

 

 

en... Было весело, было весело. Мы имеем хорошие вождения, нетрезвом состоянии, есть и в особенности ... рассмеялся. Мы ждем на следующий год во Франции.

 

de gecensureerde versie van het fotoboek kan je hier bekijken

 

 

 ®2009Copyright@whitebison

 

 

 
Met de wielen van....







En het geld van
Segers Outdoor Creations

Printen | Back   Copyright
   
BYS - By Your Site -