Vetsmoto=slechts motorrijden tussen 2 terrasjes door Serieus gas geven en tafelen Vets
 

Verslag

Le Morvan 2006
Le Morvan, paradis du motard.

Alle personen waarvan sprake in dit stuk zijn fictieve personages. Eventuele overeenkomstigheden met bestaande personen zijn louter toeval en de situaties zijn puur gebaseerd op de fantasie en creativiteit van de romancier.

‘Mais alors Didier, mon vieux, s.v.p. in godsnaam, lig toch eens stil man !’ zuchtte Pappiemoto’s wederhelft rond 05u00 in de ochtend. Ze was duidelijk geërgerd en slapeloos. Ze kon de slaap niet vatten omdat de oude grizzly de ganse nacht had liggen woelen. Toen ze zich omdraaide om hem een serieuze tik op zijn vrij groot voorhoofd te verkopen ontwaarde ze dat Pappiemoto in bed lag met zijn leren pakske en helm aan. ‘Maar zijt gij nu compleet zot geworden!’ krijste ze hem toe.
‘Ja, maar, gij weet niet wat een responsabiliteit ik moet dragen subiet, zeker. Ik moet op kop rijden, die boerenkinkels op sleeptouw nemen en ze veilig naar Le Morvan loodsen. En hebt gij het weer al eens bezien madam, gij hebt makkelijk spreken, gij’ antwoordde hij onstuimig. Pappiemoto was deels organisator van deze uitstap en wou het beste voor zijn aanhang. De morele en fysieke fitheid van de organisator stond nu op een laag peil.

Hij liep prompt de kamer uit en ging op het houten terras chagrijnig een sjekkie roken. ‘Verdomme’ peinsde hij, ‘’t is geen weer, en juist nu…. met mijn nieuw machien’. Pappiemoto had een sjieke Triumph Sprint op de kop kunnen tikken. Een hemelsblauw bakbeest dat hij liet opfokken om wat meer PK’s onder zijn vette kont te hebben. Met stevig opeengeklemde lippen leunde hij tegen de muur aan en dacht: ‘Nondedju, est-ce-que je vais savoir prendre mon pied, moi?’.

Pappiemoto is een corpulente vijftiger die zeer hard gewerkt heeft, zegt hijzelf. Zijn personeel en zaak houden hem verdorie druk bezig. ‘Een man moet toch eens kunnen ontsnappen aan dit gekke snelle leven’ overwoog hij. Pappiemoto’s passie is, onder meer, om zijn voeten onder één of andere mooi gedekte tafel te steken “et bien faire une fourchette”. Anderzijds houdt hij ervan om op tijd en stond eens te kunnen “panschen”. Om zijn gedachte een andere curve te geven. ‘Man, man, man, we zullen ons eens goed laten gaan, zie!’. Hij stak het smeulend peukje sigaret tussen middenvinger en duim, schoot het over de omheining op het gazon van de buren. Dan startte hij zijn blauwe bolide.

Jeannine en Guy (café bij Kuiper) hadden spontaan voor de bende motards een flink ontbijt geregeld. Rond zevenen die morgen druppelden ze één voor één de kroeg binnen en nadat, uit noodzaak, de sanitaire hoek werd bezocht zetten ze aan richting Charleroi. De regen tikte zachtjes tegen het windscherm (bij sommigen dan toch). White Bison had het voorspeld: het wordt aanzetten met het regenpak om het lijf. Naar mate de 12-koppige motorcade de grens met Frankrijk naderde werd het debiet regenwater verdubbeld. Het was nu gevaarlijk glad en het zicht was zeer beperkt. Gelukkig toonde de goede God wat compassie met het doorweekte zootje en gebood hij, rond enen, zijn knechten alle watertoevoer voor de aarde af te sluiten. Het wegdek werd alsmaar droger en enige tijd voorbij Troyes ontwaren de Vetsmotards een glooiend groen heuvellandschap.

Le Morvan, deze vrij ongekende locatie was ooit de bakermat van de Galliërs. Vercingetorix verzamelde er op de Mont Beuvray alle Gallische stamhoofden en probeerde dapper om de opmars van Rome te stuiten. Julius Ceasar heeft er verduveld stevig op zijn gouden helm gekregen.

In 1970 werd de streek uitgeroepen tot “Parc Naturel” en in 1985 verklaarde Francois Mitterrand de omgeving tot “Site Nationale” (had hij geen plattelandsminnares?).

Reeds in 1520 werd aan de grootgrondbezitters verbod opgelegd om hun bossen te vernielen. In 1648 verlegde Le Duc de Damas de Loire en bracht de rivier naar Beuvron. In 1764 kwamen de handelaars in opstand. In 1789 kocht de vereniging van handelaars het water in de meren op (!) en verzilverden op deze manier een stevig onderhandelingsargument.

Pas 100 jaar later werd de rivierverbinding “Liason Fluviale” met Parijs gerealiseerd en tot net voor WOII was de “Flottage” (aan elkaar gebonden boomstammen dreven via de rivier naar Parijs) een lucratieve onderneming. In 1939 leverde de laatste boot meubelgrondstof voor de Parisiens. Wat later overspoelden de metalen tanks van Hittler de Franse hoofdstad.

Le Morvan is voor motorrijders daarentegen het paradijs op aarde. Als God een motard was geweest, en als “Dieu en France” een aanvaardbaar begrip is dan moet zijn kribbeken daar dicht in de buurt hebben gestaan. Trouwens, aan stro geen gebrek, “margotins” wordt de grote pajotten er genoemd.
Le Morvan is mogelijk vergelijkbaar met de Belgische Ardennen maar biedt echter een grotere verscheidenheid zichten, bossen, heide en weide. Een bosrijke omgeving die constant wisselt met weide en heide. Neen, Le Morvan oogt eleganter dan onze Ardennen. De mensen zijn er trouwens niet zo verduiveld koppig. Spontane charme en courtoisie zijn er top tot zolang plaatsen met een stedelijk karakter worden vermeden. Voor de motorrijder is Le Morvan een ware lusthof. De mogelijkheden van een motor kunnen er maximaal beleefd worden al is wel enige voorzichtigheid aan de orde.Aan de rand van de weg herinneren levensgrootte houten ventjes met schuine hoofdjes en rood gekruiste borsten aan een collega-motorrijder zaliger die op de plaats waar het ventje staat geplant zijn laatste CO² uitblies. Een efficiënt en duidelijk signaal aan de motorrijders om de rechterhand onder controle te houden. Het werkt……
Anderzijds zijn er toch wel meerdere bochten die bezaaid liggen met kiezelsteentjes die achtergelaten werden bij de nawinterse reparaties van de wegen.

Enfin…….. de Vetsmotards waren voorzichtig en hielden alles in de gaten. Behalve die ene grote olievlek in een bocht op een autowegoprit. Speedy Spapi kreeg nog net zijn boot onder controle terwijl de anderen dachten dat een versleten achterband de oorzaak was van het slippertje. 

Nadat de aanrijroute en het noordelijk deel van de Morvan waren bedwongen arriveerde de motorbende in St. Agnan. Ze waren er haast voorbij gereden. Het was zo’n pietepeuterig dorpje van amper zes gebouwen. Eén hotelletje, één kerk, een schooltje (??), één camping voor zes personen met gedraaide poten, één schuur en één huis. En…aja, één telefooncel!! Is er een reden waarom er in zo’n vergeten gat nu een eenzame telefooncel staat?

Bruno Valentino overtuigde de dubio’s achteraf van het nut van dergelijke glazen telefooncabines. Het biedt tijdens de nacht bescherming tegen wind en regen en is trouwens transparant. In zo’n telefooncel kan een mens ook nog bellen terwijl men de omgeving blijft observeren!

Bruno Valentino is reeds jarenlang vertrouwd met het motorrijden. Hij is een knappe chocolatier die van aanpakken weet. “Que je t’aime, que je t’aime, que je t’ aime” zingt hij soms. Het is een manier van de verlegen Ducati-rijder om zijn trouwe kameraden te bezingen. De stoere bink zou wel eens in een vorig leven Ambiorix kunnen zijn geweest.

Valentino wil telkens na iedere strijd het kampvuur aansteken en, terwijl de vrouwen de nakomelingen spenen, de Witte te vragen nog een stevige draai aan het speenvarken te geven terwijl de houten stooppotten stevig tegen elkaar worden geslagen als bezegeling van de vriendschap en trouw van de bende.

Madame Annick kwam te voorschijn in het portaal van het prachtige etablissement “La Vieille Auberge”. Ze groette op een serene maar hartelijke manier. Madame Annick is vriendelijk. Courtoisie wordt hier duidelijk hoog in het vaandel gedragen. Ze is warm beleefd maar vastberaden. Dan legde ze haarfijn de To Do’s en de Not To Do’s uit.
Het bezitten van Katiaanse intenties is voor een lid van de Vetsmotards onontbeerlijk. Zij beschikken trouwens van oudsher over een combinatie van drie belangrijke deugden; geloof, hoop en liefde. De kerels van de Vetsmotards kameleonnen zich bij hun omzwervingen altijd naar de lokale gewoontes…. dus Madame Annick kan gerust zijn. De plaatselijke ethische wetten zullen, zoals altijd, gerespecteerd worden!

De kamerindeling liet ze echter wijselijk aan de troep zelf over. De bendeleden tuitten de lippen, bekeken mekaar wantrouwig en probeerden de (gekende) snurkers snel te detecteren. Het is nu een kwestie van slaap of geen slaap, een kwestie van overleven of sterven! Het spel werd subtiel maar keihard gespeeld. Uiteindelijk werden de zes beschikbare slaapvertrekken als volgt ingedeeld: de kleintjes bij de kleintjes, de groten bij de groten, de dikken bij de dikken en de afrikanen bij de afrikanen. De motoren werden aan het zicht ontrokken en kregen spontaan onderdak in de oude graanschuur die nu dienst doet als garage.

“Eéhh, Madame Annick”, zei De Witte, “Vous pouvez nous donner douze bieres, svp?”.
De Witte was helemaal opgedroogd binnenin. De zware lippen van de Belgische kok waren volledig met diepe kloven bedekt vanwege de onverdraagzame droogte die in zijn helm heerste.
“Voulez-vous des petites bières ou des grandes” vroeg Madame Annick.

“Aaaaha madame, vous avez aussi des barons, alors… un baron pour tous!”. De Witte spreekt altijd met zo’n diepe schuurpoortstem. Het is bovendien onmogelijk om hem niet te horen.
Nu… zo’n bodemloze stem is eigen aan het bergvolk dat boven op het Spanuitplatteau huist. Het is de intrinsieke eigenschap van iedere Yeti.

Le Blanc bereidt dagelijks delicieuze maaltijden voor tientallen hongerigen. Maar hier, zie… zou hij zich eens goed laten gaan? Hier zou hijzelf zijn houterige benen eens onder de gedekte tafel steken. Was hij overigens niet de ganse weg door mekaar geschud? Op zo’n hoge motor vang je vast wat wind. Het was trouwens een winderige vierdaagse…..! Hij verdient nu wat comfort, vindt hijzelf.

De volgende ochtend rond achten is Neznoire Spapi al druk in de weer om de dagroute in zijn GPS-speeltje te krijgen. Het is zo’n hebbeding dat vooraan bij de boordinstrumenten van een boot wordt geplaatst. Het ondersteunt de kapitein bij het navigeren, geeft zelfs de nodige bakens aan en laveert het logge gevaarte blindelings door de bochten. Zijn vrienden weten dat Spapi een neus heeft voor dergelijke spullen.

Spapi is zelfstandig ondernemer en weet van wanten. Hij heeft reeds menige huisjes die aan renoveren toe waren een nieuw gezicht gegeven. Hij moet waarschijnlijk zichzelf binnen een paar jaren ook eens onder handen laten nemen. Spapi heeft op reguliere basis last nachtelijke stroomstoten, net als Tomba.

Aan de ontbijttafel zat Bruce die mistige ochtend met pietkleine oogjes. Hij had verdorie die nacht geen oog dichtgedaan vanwege het brommende lawaai van een slapende White Bison. Bruce schudde zijn hoofd heen en weer om zijn gedachten wederom op gang te brengen. Hij sloeg zichzelf zelfs een paar keer hard tegen het hoofd want hij wou alle bochten glashelder kunnen beoordelen.

Alhoewel zijn leven halfweg is maakt hij, sinds kort, deel uit van de Vetsmotards. Bruce “The Boss” noemen ze hem soms omdat hij de sologitarist is van de Vestband en hevig kan tekeergaan als er onbetamelijk noten worden geproduceerd . De Vetsband is nauw verbonden met de Vetsmotards. Het is eigenlijk éénzelfde gezin. Bruce reed de laatste drie jaren de motortochten mee als duozit bij White Bison. Hij had de zoete smaak te pakken maar, naar de zin van White Bison, treuzelde hij wat te lang om de bewuste stap te zetten.

White Bison zei hem eind vorig jaar: “Man weet ge, uw leven is al voor meer dan de helft voorbij. Als je je nu geen motor aanschaft doe je ’t nooit. Binnen een paar jaar kunt ge niet eens meer op uw benen staan”. Bruce liet zich gewillig overhalen.

Maar Bruce vond vertroosting bij lotgenoot Chanel. Chanel, ook nuldejaarsstudent bij de Vetsmotards deelde de kamer met Pappiemoto en dat is pas een loodzware beproeving. Pappiemoto snurkt als de uitlaat van zijn opgedreven Triumph. Chanel zag er die morgen niet uit als Chanel maar leek eerder op een potje Patchouli uit de zeventiger jaren.

De lichte grondmist kleefde bij het vertrek aan de helmschermen. De Vetsmotards zouden vandaag en morgen een 250 km lange lus in Le Morvan rijden en tegen de vooravond retourneren bij Madam Annick in La Vieille Auberge te St. Agnan.
Met gezond verstand en op lage toeren, verdwenen de prachtige machines van de Vetsmotards in het kronkelende kleine steegje achter het kerkje. Erg betreurenswaardig die mist, af en toe kon de gemotoriseerde partij eventjes een gedrongen glimp opvangen van het fraaie uitzicht. Even voor noenen verdween die hinderlijke damp, het Franse wegdek werd droog en zie, daar ging plots de vlam in de pijp! De Vetsmotards scheurden vol door de talloze bochten op de departementale wegen van La Patrie. Dit is het Whalhala voor de motards.

Tussendoor provoceerde een aanlokkelijke “Route nationale” enkele doorgewinterde cavaliers. De anciens gaven een potige draai aan de gashendel en dreven hun machien naar de 220 km/uur. Eventjes maar, want de ingeduffelde houten ventjes, langs de B-wegen, zijn geen verfraaiing voor de groenvoorziening maar staan er geplant als memorie van andere anciens,..waarschijnlijk!

Na de emotie-ervaring van zoveel power, snelheid, bochtenwerk, vrijheid en geledigde gedachtegang zocht de meute de rust op van het landelijke om te middagmalen. Spapi zocht via zijn satelietverbinding een geschikte ligplaats voor zijn pieremachochel en gidste de Vetsmotards naar verborgen plekjes.

Zo verborgen dat het pad waarop ze reden niet eens werd herkend door Spapi’s spitstechnologie. Maar het is geen schande, want zelfs een plaatselijke inboorling wees hen de weg naar een restaurant in de buurt dat reeds maanden gesloten was. En maar goed ook….. want hier werden ze overstelpt door de puurheid van het landschap. De bende reed sluipend traag langs bossen en jaagpaden, over idyllische bruggetjes. Het doet wel wat met de mens. White Bison sloot de gelederen en hield even halt op een oud en tijdloos bruggetje.

Dan sneed hij de motor en dacht: “Waar zijn wij toch mee bezig? Als morgen de klokkenluiders, de strijders, de Willem Tells, de Shakazulu’s, de Che Chevara’s uitsterven, dan….dan… sterft dit alles in naam van de economische en technologische ontwikkeling van de planeet”. White Bison heeft indianenbloed en zoveel bescheiden natuurlijk schoon treft hem. Hij zette eventjes kort de helm af, staarde naar de fonkeling op het geruisloze water en zag duidelijk zijn wigwam passend in deze reine contouren staan. Hij veegde een kleine parasiet uit de ogen, tikte dan licht met de hiel de onderbuik van zijn blauwe mustang aan en sloot in draf bij de kudde aan.

“Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is…………………….een eeuwigheid mee”.

Aan het einde gekomen van het jaagpad, net voor de sluis, bemerkten de Vetsmotards een restaurantje net achter de hoek. Spijtig genoeg stelden ze vast dat de amper vijftien plaatsen die het eethuisje bood ingenomen waren.

“Domage” zei de serveerster.
“ Miljaardedjuu, ik kan wel een os opeten” sprak een hongerige Tomba La Bomba, en hij meende het.
“Oui mais madame, je vois que vous avez une tente ici dehors, est-ce-que on ne peut pas manger la bas?”, merkte Pappiemoto op.
“Vous-voulez manger dehors?” repliceerde het tengere meisje.

“Eh bain oui, nous sommes tous de Neanderthalers, nous n’avons jamais frois” pochte hij terug terwijl zijn kloeke borst al uit zijn geopende leren jekker hing.
De Vetsmotards verschoven hun accenten en het bleek een goeie selectie te zijn geweest.

Na het late middagmaal vleiden enkele Vetsmotards zich in het opgedroogde gras langsheen de rivier en genoten een korte maar intense siësta. Anderen staken de afwezige sluiswachter een hand toe en draaiden snel de sluisdeuren open en dicht om de aankomende schuit op het gepaste waterniveau te laten glijden. Een andere assisteerde dan weer een onhandige Oostenrijkse fietser die net niet over kop ging omdat zijn rekker tussen de ketting was geraakt. ‘Bitte shön’ zei de Oostenrijker en bood voor zoveel goedheid de behulpzame Vetsmotard twintig Euro aan. Chanel draaide snel zijn wijsvinger heen en weer tegen de slaap en antwoordde: ‘Zorg maar dan uw pisten in orde zijn volgend jaar’. Kwestie van zich nuttig te maken.. en… wanneer krijgt een doorsnee mens nu eens de kans om een sluisdeur te bedienen. 

Nog snel even tanken en weg. De Vetsmotards hadden dit jaar een studie bevolen om het tanken toch wat vlotter te laten verlopen. Elf machines voltanken neemt al snel dertig minuten en meer in beslag, verloren tijd dus. De opbouw zat als volgt in mekaar. Silver Shadow zou als eerste aanmeren. Zijn duozit Smalle neemt dan aanstonds de pompslang in handen terwijl de anderen met open benzinetank aanschuiven en door De Smalle bediend worden. Nadat de laatste tank was gevuld rekende L’Africain in één ruk af met het geld uit de pot. Een gegrond project dus dat zijn efficiëntie onmiddellijk bewees.

In de namiddag genoten de Vetsmotards ten volle. Tussen de wolkenvelden heen scheen nu regelmatig de zon. Het wegdek was thans overal en volledig opgedroogd en Le Morvan leek zo anders, zo groen, zo ruimer, zo Vetser. Het voelde “Fa” aan !
Juul moest plots ingrijpen want De Smalle, duozit van Juul, was in slaap gesukkeld. Bijna was hij letterlijk van de BMW-motor op het donkerrode asfalt gedonderd. Het getuigde natuurlijk wel van verbluffend vertrouwen dat hij in zijn rijder stelt, maar toch! De Smalle is als duozit van Juul reeds aan zijn vierde tour toe. Tezamen reden ze doorheen de Alpen (Juul weet nu hoe Atilla zwoegde om zijn olifanten over het bergmassief te krijgen), toerden ze door het ruwe Snowdonia in Wales en bromden ze in 2005 langsheen de landingsbeaches van Normandië. De Smalle is op latere leeftijd dynamisch verliefd geworden maar vond toch nog de onverschrokkenheid om met zijn makkers de jaarlijkse vierdaagse te ondernemen. Achter op de motor mijmerde hij stiekem over zijn lief en legde zijn hoofdje neer op Juul’s schouder. Hij deed een hazenslaapje en… zal ooit iemand weten wat zijn bondige droom inhield?
Maar Juul kent zijn pappenheimer door en door en gaf hem een fikse tik op de dij. De Smalle werd wakker en glimlachte ingenomen.

Elf kilometers van de tijdelijke thuisbasis verwijderd stopten de horzels nog even. Net op enkele meters van een kabbelend riviertje merkten ze een etablissement op. Een terrasje mocht die dag niet ontbreken. De taverne werd uitgebaat door een iele Hollander die zeer waarschijnlijk zijn landgenoten kotsbeu was en het jachtige leven over de Moerdijk getergd ontvluchtte.
“Kijk hier” merkten de Vetsmotards op: “ Er worden hier Belgische bieren geserveerd”. Toch vreemd dat een Hollander diep in het Franse reservaat Belgische bieren aan de man brengt. Onbegrijpelijk hé. De rekening maakte echter alles duidelijk. De Nederlander waarvan sprake was een woekeraar. De Vetsmotards betaalden meer dan honderd Euro’s voor twee consumpties. “ Hartstikke bedankt… en steeds welkom”, sprak de farizeeër koel. Hij wuifde niet eens. 

Maar dan, plots, sloeg het noodlot toe. Pappiemoto merkte een vijver van een olievlek op onder het motorgedeelte van zijn spiksplinternieuwe Triumph. Hij ging gebogen op de benzinetank hangen en schudde met opeen geklemde lippen het hoofd. Wezenloos staarde hij zijn kameraden één voor één aan. Niemand sprak… niemand vond gepaste woorden om dergelijk leed te verzachten.

“Laat ons rustig binnenrijden” zei één, “We zien wel aan het hotel”.
Pappiemoto startte zijn motor en reed in laag, zeer laag toerental naar St. Agnan.
Zijn collega-motorrijders achter hem waren echter zeer druk in de weer. Ze lachtten voluit, hun pretoogjes straalden een bandietenstreek uit. Was dit nu ongepast leedvermaak? Waar haalden ze het lef toch vandaan?
Juul had vanuit België olie meegebracht en het goedje ongemerkt onder de motor van Pappiemoto gestort. Eigenlijk was het ordinaire olijfolie (eerste pressing wel) gemengd met wat vernis kwestie van de afgedraaide look te bekomen.
‘Zijn verdiende straf’, weet Juul. Steekt Pappiemoto niet altijd de draak met BMW-rijders? Ze bulderden van het lachen om deze welverdiende revanche. Een geslaagde schurkenstreek die het cijfer tien en een nobelprijs verdient.

Rond zessen arriveerde de bende in hun hoofdkwartier in St. Agnan. Vreemd genoeg werden de Vetsmotards opgewacht door Mme Annick die met gekruiste armen in het portaal stond. Dan bemerkten ze ook de champagneflessen die op twee tafeltjes stond te koelen. ‘Tiens, tiens’ dachten ze, ‘Er zijn hier toch geen andere gasten, waaraan hebben we dit verdiend?’.

Chanel had tijdens de dag naar Mme Annick getelefoneerd en gevraagd of ze “la gentillesse” had om een paar flessen van haar betere champagne te koelen. Het was een edelmoedige uiting van uiterste tevredenheid.
Als nieuwkomer vond hij het gepast om zijn “entrée” in te zegenen met een paar druppels van het fel begeerde hemelvocht.
Een paar druppels? Chanel had een halve fles de kop voorzien. Gewillig nipten de Vetsmotards aan de frêle glaasjes. Ze tikten voorzichtig de romers tegen elkaar aan en knikten instemmend.
Tomba La Bomba had het echt niet eenvoudig om met zijn grote knuisten de gracieuze glaasjes niet kapot te knijpen. Tomba is een pezig manneke, een fors gespierde giant. Dat hij een nieuwkomer is in de bende is niet direct aan zijn rijstijl te merken. Tomba kreeg zijn bijnaam omdat zelfs de Alpijnse inboorlingen zijn skistijl benijden. Zijn skimakkers zien hem gedurende het ganse verlof enkel en alleen maar langs achteren. Hij ledigt zijn glaasje zonder brokken te maken.

Op de korte marmeren vensterbank geniet Serge Gainsbourg in de zacht strelende avondzon gracieus van het Reimse goedje. Gainsbourg is met zijn vierenvijftig immers nog altijd een intense genieter van alles wat een handig genot teweeg brengt. Gainsbourg is het geheime wapen van de motorbende omdat hij zeer goed in de markt ligt bij de meiden. Hij wordt af en toe op de voorgrond geschoven als de klassieke onderhandelingen vastlopen. Hij heeft op hen de aantrekkingskracht en het charisma van een Louis Vuitton handtasje. Niet zo’n namaak sjakoske uit Turkije, neen neen, een onversneden volbloed is hij. Niemand kent de ware reden waarom Gainsbourg het vrouwelijk libido doet toenemen want de levenslijnen staan als gletsjerkloven diep in zijn gelaat gegrift. Het lijkt wel van krokodillenleer gesneden. Telkens hij “I gave you a hard time” van the Scabs brengt binnen de Vestband wordt het eensklaps zichtbaar koeler in de zaal. Hij zou evengoed een afgemeten lid van de “Here’s to you Gang” kunnen zijn. Gainsbourg leunt stoïcijns tegen het venster aan, nipt elegant zuinig aan de roemer terwijl hij onhoorbaar neuriet: “ Er is een nacht, die wordt bezongen in het mooiste lied, er is een nacht waarvan…..……”.

Nadat ze er zich van bewust hadden gemaakt dat de laatste druppel uit de champagneflessen was gingen de Vetsmotards, licht tipsy, het rustieke restaurant van La Vieille Auberge in. Ze genoten van een Bourgondisch avondmaal, met vier gangen, dat op maat van hun eetlust was gecreëerd. De bourgognewijn vloeide er rijkelijk. Overduidelijk voldaan wreven ze zich achteraf op de buik terwijl ze de lucht tussen de lippen noodzakelijk wegbliezen……plaats makend voor een laatste “Baron” van de dag.

Bij het ochtendgloren bleek de aankoop van oordopjes een efficiënt middel te zijn. Bruce en Chanel hadden de ganse nacht ongehinderd kunnen dromen en nagenieten van de eerste dagtrip. Ze verschenen beiden opgewekt fris aan de breed gedekte ontbijttafel: “Oh man, dat doet deugd zie, zo’n ongerepte nacht”.

Net als gisteren hing er een lichte maar hinderlijke mist over Le Morvan. De bende had rond tienen toch opgewekt afgetaaid maar na tien minuten rit had White Bison opgemerkt dat Silver Shadow’s achterband leegliep. Het tweede jaar op rij, Murphy’s law jeminee, had dit te maken met de twee leeglopers die op de motor zaten?

‘Niet echt dramatisch’, zei de Zilveren maar met nog achthonderd kilometers in het verschiet toch maar beter oplossen’. De meeste bandencentrales waren vanwege het verlengde weekend dicht maar na een paar telefoontjes was een BMW-garage, zo’n honderd en twintig kilometers verderop, toch bereid de kapotte band te vervangen. Logisch eigenlijk dat BMW hulpposten openhoudt tijdens verlengde weekends. Uitbaters van een Honda-garages zitten tijdens zo’n uitgebreid weekend relaxed in Saint-Tropez omdat Hondamotoren gewoonweg geen assistentie nodig hebben! Silver Shadow is halftime rentenier en blijft steeds onder alle omstandigheden beheerst kalm. Als hij zich ergens in vastbijt verdwijnt het woord “failure” uit alle woordenboeken. En het resultaat mag steeds gezien worden. Hij is warempel “the Old Faithful”. Dit kleine euvel is toch wel redelijk horribel natuurlijk omdat de motorbende mekaar veelvuldig weet te pesten met dit soort kleine incidenten. Mekaar uitschijten, noemen ze het.

‘We doen eerst nog ongestoord een terrasje aan’ zei de grijze wagenmenner. Tomba, Spapi en Pappiemoto knikten instemmend. Op het centrumplein stonden tevens een paar antieke motoren te pronken. Wellicht uit de eerste helft van vorige eeuw. Vanwege de zon en de bijhorende temperatuur op het stadsplein was er ook veel jammer te zien. Jammer hier, jammer daar, jammer overal!

Silver Shadow programmeerde dan de coördinaten van het BMW-crisiscentrum te Chalon-sur-Saone in zijn GPS-toestel en nauwelijks één uurtje later stond de Roadstar al op de werkbank. In afwachting gingen de anderen de Honda, Kawasaki, Ducati en Suzuki-toonzalen in de onmiddellijke omgeving bezoeken. Nog één uur later was Juul’s “Naked Bike” opnieuw de oude. De Smalle kon andermaal, in alle veiligheid, een tukje doen bij zijn vertrouwde grijze piloot.

De zon was inmiddels allang door de flinterdunne mistbanken heen en de afrijroute naar St. Agnan was royaal bezaaid met verlokkelijke bochten. “Zeg” riep De Witte L’Africain toe, ”Is er nog genoeg in de pot, we stoppen nog eens hé, voor we binnenrijden”. Kram, L’Africain werd toen hij nog klein was “Kram” genoemd omdat hij zo onwaarschijnlijk schriel was dat ze hem in de muur konden spijkeren. De bijnaam “L’ Africain” kreeg hij van zijn kameraden motorbende omdat hij met een leeg blikje Cola, een bot prei en een veiligheidsspeld alles repareert. L’Africain is laborant van beroep en heeft bij Exxon Mobil meerdere octrooien op zijn naam staan. Hij is zowat de enige van de bende die in staat is om op eender welke plek (behalve in de Ardennen) zijn motor aan de praat te krijgen. Vooral in de winter is het handig om hem bij de hand te hebben. Hij berekent namelijk in een handomdraai hoeveel kilo sneeuw er op een Zwitsers dak ligt omdat het soortelijk gewicht van één ei slechts vijf ampère oplevert. Dit terwijl men weet dat zes beaufort niet kan berekend worden met een vracht lege paletten die slechts acht HectoPascal bevatten………?

L’ Africain is een schat van een ziel met een utilitaristische inborst. Hij is veruit de braafste van het bonte gezelschap en weet een klus te klaren met zo’n precisie dat slechts hij, en niemand anders, de cashflow van deze consumerende bende kan beheren.

De sfeer op het allerlaatste terrasje maakt al snel duidelijk dat de komende avond stormachtig zou kunnen verlopen. Poepa lag voluit met gestrekte benen te genieten van zijn eerste “Baron”. Plots merkte Spapie de kleine vlekjes op Poepa’s laarzen en zei: ‘Awel Pappiemoto, hebt ge dan toch een lek?’.
De boevenbende bulderde het uit. Puur voor de lol werden dan de laarzen van Spapie naar de overkant van het dorp gekeild.
Het bezoek van deze motorbende ging nooit onopgemerkt voorbij. Het nieuwe logo op hun T-shirts staat voor altijd op het netvlies van de Morvanezen gebrand. White Bison deed onderhandelingen met een Schepdaalse jeugdclub om het ventje te mogen gebruiken, kleefde er een echappement bij en Silver Shadow werkte de boel af tot T-shirt. Zo’n embleem zie je één keer en vergeet je nooit meer.

Op aanvraag van Pappiemoto had de chef voor elke avond een andere specialiteit uit “Le Bourgogne” voorgeschoteld. In handen van Tomba La Bomba wordt een dode “Escargot de Bourgogne” plots een GTI-slak. Niet dat hij wat met die dieren doet maar zijn omvangrijke handen zitten niet goed rond het artistieke escargotklemmetje. De met “garlic” gevulde sintel schoot dwars over de tafel bij de buren binnen. Als iedereen van de verrassing bekomen was en de bijhorende hilariteit wat afnam vuurde ook L’Africain zijn beestje de zaal in. ‘Suivant Bocuse’ grinnikte hij! De man met het geruite hemd wat verder in de hoek zag de romantische structuur van zijn avond zienderogen vervagen.‘Miljaardedjuu’ dacht hij ‘…. en ik had haar nu bijna zo ver’. Vanwege de opgelopen deceptie kon hij er merkelijk niet om lachen. Zijn jonger gezelschap daarentegen kon de Vlaamse onhandige boerenstreken wel appreciëren.

De Witte had de benepen ergernis van de ouwe Parijse stadsknul opgemerkt en, kwestie van er nog een lel bovenop te geven, riep hij Madame Annick toe: “Hé madame, est-ce-que ont peut chanter ici?’. “Mais oui, mon chèr, vas-y!” repliceerde ze. Het meest populaire lied van Bod Davidse klonk al snel filharmonisch krachtig door de sfeervolle dining room. De Smalle zong de tweede stem in D-mineur en Pappiemoto vleide zich gerieflijk neer in de “rocking chair” die aan de theatrale open haard stond.

De smaakpupillen van de Vetsmotards werden weer dusdanig beïnvloed en geprikkeld dat een culinair orgasme niet te vermijden viel. Als dank voor zoveel foeragekunstzin haalden een paar bendeleden de kleine tengere “chef” uit zijn keuken, tilden hem op hun schouders en staken hem als blijk van erkentelijkheid de hoogte in. De verraste kok had nog nooit zijn eigen plafond van zo nabij gezien. Hij straalde! Ook de charmante aide-de-cuisine kreeg een passende ode en al vlot hing ze breed lachend op de robuuste schouders van bink Valentino. Met zijn forse spierballen omklemde hij stevig haar dijen want zo’n frêle deerne mag niks overkomen.

Het zachte weer rond middernacht liet de Vetsmotards toe om nog een laatste maal samen te vertoeven op het voorterras. Het ensemble wenste nog wat vreugde scheppen in mekaars entourage. Mme Annick serveerde de mannen nog wat koele pinten. Nu waren ze pas in hun sas….. en zo gelukkig! Geen vrouw ter wereld die dergelijk samenzijn begrijpen kan. Ze waren zo opgetogen vergenoegd dat Valentino en Tomba mekaar huilerig en innig omarmden. Ze kusten elkaar. De DNA-uitwisseling die dergelijke kus teweeg bracht kan men mogelijk vergelijken met het bloedbroederschap van weleer. Pappiemoto schreef een passend vriendelijke aantekening in het gastenboek en verstoof met deze handeling onuitwisbare geurvlaggen over dit afgelegen dorpje.

Mme Annick kwam ‘De Gang’ vertellen dat ze nu zou sluiten. Niet dat ze het tafereel van zonet met afschuw had ervaren maar morgen moet ze er opnieuw fris en monter staan. Vooral dat ze morgenvroeg voor afreis de Vets-rekeningen moet becijferen, geen alledaagse opdracht.

‘Avant de fermer madame, svp, pouvez-vous nous porter encore une fois deux platteaus de bière? Alors vous pouvez fermer, nous allons entrer par derrière!’ zeiden de enthousiaste mannen. Mme Annick knikte en zette de tableau’s gekoelde flessen op de grote molensteen. Dan verdween ze geinig lachend.

Spapie herinnerde zich dat hij een paar honderd meters verder een identieke molensteen had zien liggen. Hij stelde voor het rotsblok met z’n allen tot hier te rollen en het aan Mme Annick cadeau te doen. Als verrassing voor morgenvroeg. Silver Shadow stak beide handen in zijn grauwe haren en zei: ‘Oei, ’t gaat beginnen’. Tomba zag zo’n nachtelijke activiteit wel zitten maar de anderen wezen wijselijk en unaniem het voorstel af. Met z’n tweetjes was de klus niet te klaren.

Spapie zette dan maar een ander duister ritueel op en verdeelde de bierflesjes cirkelvormig over de molensteen. Hij was fier op zijn alternatieve ingeving. Het had dan ook iets geheimzinnig want een solitaire straatlamp betoverde het tafereel tot een magische impressie. De witte papieren kraagjes die de bierflesjes versierden maakten van het geheel een gesoigneerd portret. Tezamen met de symbolische zeemansverhalen steeg ook het decibeldebiet. Tomba probeerde nog luidruchtig zijn middenvinger in en uit een bierflesje te krijgen maar er mocht best wat ongedwongen kabaal zijn.
Mme Annick sliep in haar huis ver weg van het tumult. Die zou immers niet gestoord worden. Andere gasten waren er “heute nacht” niet en de rest van het dorp lag er eindeloos verlaten bij.

Bruno Valentino vond het een gepast moment om een “One Man Show” te demonstreren en zijn kornuiten flink te amuseren. Stiekem trok hij een optioneel uniform aan, plaatste zich in het midden van het kleine dorpsplein en acteerde er als een doorgewinterde verkeersagent. Hij zwierde met ongekende soepelheid zijn kwieke knuppel alle richtingen uit. Een fluitje van een cent, zo bleek !

Bruce, Serge Gainsbourg en White Bison waren net op de kamer gearriveerd en hadden van op de eerste verdieping een weids uitzicht op het podium. Ze proestten het uit.
Valentino draaide in zijn sketch zo snel om zijn as heen dat hij ter plekke haast rukwinden ontketende. Het stof hing hem letterlijk om het lijf. Een bad zou hem nu waarlijk deugd doen. Stond daar nou net buiten de omheining van een ‘camping in renovatie’ niet toevallig een douchecabine !!

De jeune premier wou er zijn torso verfrissen maar stelde echter vast dat de sproeier defect was. Met kleine snelle pasjes liep hij terug naar de molensteen, graaide er de laatste volle pint mee en riep dan zijn maten toe: ‘A la guerre, comme à la guerre !’.
`Nafs al-mutma´inna´, de mannen ginnegapten stilletjes de trap op naar de kamers.
‘Man, man, man…..dat ons dit nog mag overkomen’ hoorde men ze denken. Dan verviel het dorpje opnieuw in zijn aanvankelijke vredigheid.

De volgende ochtend werden enkel een paar solidariteitsblikken uitgewisseld tezamen met een luchtige glimlach . Het doek was gevallen. Mme Annick wuifde hen bij het vertrek vriendelijk uit en zei: ‘Vous pouvez certainement retourner, messieurs’.’Mais s.v.p., ne pas toutes les semaines’ dacht ze.

De terugweg verliep vlot en zonder het goed en wel te beseffen stonden de Vetsmotards aan de grens in Bruly. Tussen Charleroi en Nivelles werd nog eens een serieuze streep getrokken en na de allerlaatste tankbeurt in Wauthier-Braine ging De Witte plotseling op kop toeren. Met merkbare haast stoof hij met zijn witte “Dakar Off-Road” over perken en ronde punten heen.

‘Awel Witte’ zeiden zijn compagnons achteraf bij Kuiper ‘Hebt ge uw stal geroken?’.
De Witte sprak prozaïsch:
‘Weet ge wa jong, mijn thuis hé……, dat is waar mijn Stella staat !’
Hij stortte het vocht in één stoot in zijn keelgat en wreef breed glimlachend met de tong het schuim van de bovenlip.

 ®2006Copyright@whitebison

 

 
Met de wielen van....







En het geld van
Segers Outdoor Creations

Printen | Back   Copyright
   
BYS - By Your Site -